Fragment uit het boek:
Ik versta honden. En zij begrijpen mij. Toegegeven, het is een vreemde openingszin. Tientallen mensen lopen, bij dit gegeven, schouderophalend verder, weer andere hebben jeuk aan hun voorhoofd en krassen dat met een vinger weg. En, de immer enthousiaste agogen slaan mij óf bemoedigend op de schouder óf verstrekken mij geheel ongevraagd het adres van de dichtst bijzijnde psychiatrische inrichting mij daarbij nog steeds vriendelijk aankijkend.
Feit blijft: ik versta honden en zij mij. Er staat nét even buiten Pigadia een hond die het terrein en huis van zijn baas bewaakt. Dit was mij nooit opgevallen als ik niet precies op dat punt een lekke band krijg.
Elke voorbijlopende toerist blaft hij stijf. Mij aanvankelijk ook, en ik kijk hem met gefronste wenkbrauwen aan. Onmiddellijk houdt hij op.
Terwijl ik mezelf met het verwisselen van het wiel bezighoud gaat hij weer verder met zíjn dagelijkse routine, daarbij vervaarlijk kijkend en dreigend blaffend naar de nietsvermoedende voorbijganger. Het was een aangenaam schouwspel, want elke keer zie ik zwaar bepakte voetgangers (wat is er trouwens aan om in die zinderende hitte jezelf zo af te straffen) gezellig met elkaar keuvelend -ik ben benieuwd of ze dat op de terugweg ook doen- zich een ongeluk schrikken met de pas versnellend. Toch houdt de hond mij terloops in de gaten en terwijl ik aan het sleutelen ben komt dat beest dichterbij, daarbij zijn spiedend oog op voorbijgangers niet verliezend. Behoedzaam, dat wel, maar hij ziet in dat er van mij weinig te vrezen valt. Ik vraag aan hem of het nu niet te warm is om de hele dag die lui de stuipen op het lijf te jagen. Nu, daar had ik me een onderwerp aangesneden. Ik had toch wel gezien hoe ontzettend geinig dat was, en bovendien had hij de opdracht van zn baas, sloeg tie, bij wijze van, twee vliegen in een klap. Tja, daar viel weinig tegenin te brengen. Vooral bij de Duitse toeristen leek het wel alsof hij er een schep bovenop deed. Ik bleef hem steevast vragen stellen in het Nederlands, terwijl hij mij in het Grieks antwoordde.
Hij sprak, voor een hond, beschaafd Grieks. Dat had ik nog wel eens anders meegemaakt. Ik vertelde hem nog, dat vooral op het vasteland de taal nogal eens met voeten werd getreden.